Weken 2, 3 en 4: Onderzoek, Google, Amerikaanse WC’s.

Het is alweer drie weken geleden dat ik mijn laatste blog poste, en bijna een maand geleden dat ik hier in Stanford aankwam. Dus werd het wel weer eens tijd dat ik wat van me liet horen. Het eerste deel gaat over mijn onderzoek (wat misschien wat droog is, maar wanneer je denkt wat doet die Tim daar de meeste tijd, dan is dat wel aardig om door te lezen), daarna kort wat over mijn vrijetijdsbesteding.

Onderzoek
Na de laatste drie weken loop ik erg op schema, aangezien het databestand waaraan ik aan het werken ben eruit begint te zien zoals het eruit zou moeten zien. Tenminste, dat was voor de eerste drie regio’s: Ch’i-nan, Ch’i-pei en Ch’i-tung (letterlijk vertaald: ten oosten, westen en noorden van de rivier wat deels de creativiteit van de bedenkers van de namen voor de regio’s benadrukt), maar nu ben ik bezig de andere tien regio’s hier ook in te verwerken. Dit doe ik allemaal met het programma SPSS (een statistiek programma) waarna ik verschillende analyses kan doen. Onderstaand een voorbeeld.

Daarnaast heeft mijn onderzoek een duidelijkere richting gekregen en zal zich voornamelijk focussen op de vraag: Kan de aanwezigheid van broers/zussen de sterftekans van kinderen (0 tot 5 jaar) beïnvloeden? Ik kijk naar een historische bevolking, voor de demografische transitie (voordat de kans om te sterven enorm daalde door verbeterde hygiëne/wetenschap, en het aantal kinderen (vruchtbaarheid) daalde door een veranderende mentaliteit (is in Nederland voor 1900)). Veel factoren speelden toen een rol wat bepaalde of een kind een grote of kleine kans had om te sterven: (1) economische omstandigheden (2) culturele tradities/praktijken en (3) Natuur als in concentratie van ziektes, genetische fouten, locatie. Deze drie factoren komen echter samen in een gezin/huishouden waar de mate van elk van deze factoren afhangt van de gezinssituatie/compositie. Veel onderzoekers (evolutionaire antropologen/biologen) hebben gewezen op het feit dat mensen ‘collective breeders’ zijn, oftewel moeders hulp krijgen van familieleden bij het opvoeden van kinderen. Ander onderzoek heeft zicht gefocust op de positieve/negatieve invloed die van geboorte volgorde en hoeveelheid kinderen. Wanneer bijvoorbeeld een gezin 3 jongens heeft en er wordt een vierde geboren dan heeft deze een grotere kans om te sterven. Als laatste speelt dan nog de vraag of broers/zussen een helpen in een huishouden met kinderen, of juist concurrenten zijn van elkaar (voor voedsel ed.). Ik zal me op dit moment dus vooral focussen op hoe dit werkte in Taiwan (en vervolg is in Nederland) om te bekijken hoe dit werk in twee heel verschillende culturen, en familie systemen.

Bovenstaand even een gemakkelijk voorbeeld van de resultaten over de gewone sterftekans, wanneer we enkel kijken naar jongens, meisjes (geadopteerd of niet geadopteerd). De eerste maand is de sterftekans voor jongens groter (dat is biologisch zo) en de 2e tot 12e maand juist voor niet geadopteerde meisjes. Opvallend is dat er geen verschil is tussen jongen en niet geadopteerde meisjes na het eerste jaar, terwijl geadopteerde meisjes veel meer kans hebben om te sterven. Dit is opvallend omdat in de Taiwanese samenleving jongens heel belangrijk waren, omdat die degene zijn die de familielijn doorzette en ze bleven daarbij hun hele leven in de familie zelf. De families in Taiwan bestaan namelijk uit meerdere generaties (mannelijke kant) die samenwonen (broers, zussen, tantes, ooms, neefjes, nichtjes ect.). Meisjes waren in feite onnuttig omdat ze alleen maar geld koste dat ook nog eens was weggegooid. Ze gingen namelijk bij de man zijn familie wonen wanneer ze trouwde en moesten ook nog een bruidsschat meekrijgen. Daarna kwam een dochter misschien nog enkele keren per jaar op bezoek, maar that’s it. Daarom leek het mij in eerste instantie opvallend dat er geen duidelijk verschil tussen jongens en meisjes zit, alhoewel de Taiwanezen wel een hele handige oplossing hebben gevonden voor de nadelige kosten van een meisje: adoptie. Van alle geboren meisjes werd 40% uit geadopteerd, waarvan weer ongeveer 50% van de meisjes voor de leeftijd van 7 maanden, en 70% voor de leeftijd van 16 maanden werd uit geadopteerd. Een gevolg was vaak dat er ook een meisje weer in deze familie werd geadopteerd, maar die verder geen familie was. Een sim-pua noemde men dit, een kleine schoondochter. Deze dochter werd namelijk nu alvast geadopteerd (geruild vaak) als toekomstige vrouw voor een zoon (een minor marriage). Zodoende besteed je geen onnodig geld aan een meisje dat toch nooit deel van de familie zal blijven, maar aan een die weer voor de voortzetting van de familielijn zorgt. Dit kan dus ook verder verklaren waren meisjes en jongens dezelfde sterftekansen hadden. Wanneer men geen tijd/geld ect. had voor een meisje dan kon deze worden geadopteerd. De sterfte van deze geadopteerde meisjes kan mogelijk verklaart worden omdat een simpua de eerste jaren van haar leven als een ‘vreemdeling’ werd gezien en veel zwaarder werk moest doen, en vaak zwaarder gestraft werd bij fouten. Je moet je voorstellen dat een baby bij een vrouw na een aantal maanden werd weggerukt en er een ander kind voor terug kreeg, dat verklaart ook al veel. Tenminste dit is mijn theorie voor dit moment, voor drie regio’s. Dit ga ik verder bekijken voor alle tien de regio’s waarna ik ook ga kijken naar de invloed van broers/zussen. Mocht iemand andere ideeën hebben, ik hoor ze graag. 😛

Ontdekkingsreizen op de fiets: Palo Alto Shorelines, Google Inc, Computer History Museum
Aangezien het hier 80% van de tijd nog zonnig is geweest, tussen de 18 en 30 graden, ben ik een aantal middagen erop uit gegaan met mijn gehuurde fiets. Over het algemeen kun je hier wel fietsen, al merk je dat op de grote wegen het toch wat anders is, en automobilisten duidelijk geen ervaring hebben met fietsers. Dit was in Glasgow een levensgevaarlijke situatie maar hier lijkt men toch vriendelijker. Fietsers worden overal voorgelaten, auto’s rijden vaak langzamer wanneer ze een fietser passeren, en het grootste voordeel bovenal: er zijn fietspaden en zelfs bordjes die ‘Biking Boulevard’ aangeven.

Google Inc. en het Computer History Museum zijn twee zaken waar ik echt op zoek naar ben gegaan omdat ik dat wel wilde bekijken. Het blijkt dat wat ze zeggen waar is over Google, er is een beachvolleybal en voetbal veld, overal staan kunstwerken (zelfs een (neppe) tyranosaurus rex) en alles is mooi aangepland met struikjes en beekjes ect. Dit allemaal zodat de medewerkers 30% van hun tijd verplicht niet daadwerkelijk aan hun werk hoeven te besteden. Google hoopt natuurlijk dat medewerkers zo op nieuwe ideeën komen zoals bijvoorbeeld Google docs. Daarnaast ligt er nog een golfveld net zo groot als het gehele complex. Het Computer History Museum was zoals de naam doet vermoeden, een museum met erg veel oude computers en maar een paar nieuwe.
De rest van de tijd heb ik vooral door de natuur gefietst, soms gestopt voor een echte ‘lemonade stand’ die meestal beheerd werd door fanatieke kapitalistische kinderen en hun ouders, en hier op de campus rondgelopen om soms wat amateur wedstrijden te zien van: rugby, football en honkbal. Hieronder in ieder geval wat foto’s.

Vooral het Football daar zijn ze hier ook erg fanatiek mee, net als bij Rob, naast een groot spandoek bij de bibliotheek te hebben opgehangen, was ook het water in alle fonteinen rood gemaakt. De laatste week zijn er dus mensen bezig geweest om al die fontijnen weer leeg te pompen en weer met helder water vol te pompen. Best grappig.

Amerikaanse WC’s
Dat er andere stopcontacten zijn, er veel vlees wordt gegeten, veel frisdrank wordt gedronken en fietsen toch echt een sport is, waren zaken waar ik op was voorbereid. Maar waar ik toch verbaast over was, zowel positief als negatief, is de manier waarop de toiletten hier in elkaar zitten. Ziehier twee foto’s: (1) een normale eenpersoons WC (2) de mannen toiletten.

Om maar te beginnen bij de eenpersoons WC. De stroming gaat dezelfde kant op, wat normaal is aangezien ik nog aan dezelfde kant van de evenaar zit, maar wanneer je goed kijkt op de foto zie je iets vreemds. Ja! De WC lijkt verstopt te zitten! Er zit namelijk een laag water in, zoals in Nederland alleen gebeurd wanneer iemand een rol WC papier ofzo erin heeft gestopt. Nu blijkt dit alleen hier normaal te zijn. Een ingenieus ontwerp wat ervoor zorgt dat alles wat erin komt meteen de grote plons water raakt en zodoende geen remsporen nalaat. Misschien een idee voor alle gefrustreerde poetsvrouwen/mannen in Nederland.

De mannentoiletten (en ik vermoed dat het bij vrouwen hetzelfde is) zijn een groter mysterie waarom deze zo ontworpen zijn. Hokjes die net wat kleiner zijn dan ikzelf, dus wanneer je staat kun je in principe gezellig bij je buurman in de ogen kijken wanneer je van plan bent met hem een gesprek te beginnen. En dan laat ik nog achterwegen dat hier op Stanford al die WC’s in half ondergrondse ruimtes bevinden, beetje creepy allemaal. Grappig is dat Maarten van Rossem dit dus ook vind, in de derde aflevering van ‘‘.

Voordat ik hier weg zal ik waarschijnlijk nog een blog typen, waarin onder andere San Francisco in genoemd zal worden.

2 visitors online now
2 guests, 0 members
Max visitors today: 4 at 02:04 am UTC
This month: 6 at 10-11-2019 03:25 pm UTC
This year: 24 at 04-24-2019 05:09 am UTC
All time: 86 at 02-01-2018 08:20 pm UTC